Wet- en regelgeving

Binnen de Wet kinderopvang zijn voorwaarden gesteld aan kinderopvang en is de kwaliteit in algemene termen geregeld. Simba volgt de Wet kinderopvang en wordt, in opdracht van de gemeente, gecontroleerd op het naleven van de wet door de GGD.


Toezicht

De gemeente Westland houdt toezicht op de kwaliteit van onze opvang. De GGD voert dat toezicht uit in opdracht van de gemeente. Als we niet aan de kwaliteitseisen voldoen, dan treedt de gemeente op, bijvoorbeeld met een waarschuwing of een boete.


Inspectie

Het toezicht van de GGD bestaat uit onaangekondigde inspecties op onze locaties. Tijdens zo’n inspectie beoordeelt de inspecteur ons beleid en de uitvoering daarvan in de dagelijkse praktijk door middel van observaties, interviews en het inzien van documenten.


Inspectie items

Hieronder noemen we een aantal belangrijke items waar de GGD ons op inspecteert.

Pedagogisch beleid

Het belangrijkste in de kinderopvang is de manier waarop we met kinderen omgegaan. Het hebben van een pedagogisch beleidsplan en het in de praktijk handelen naar dit beleid is dan ook een belangrijke kwaliteitseis. De inspecteur beoordeelt de inhoud van ons pedagogisch beleidsplan en kijkt of alles in de praktijk wordt nageleefd.

Diploma’s

Vanzelfsprekend moeten de beroepskrachten beschikken over het juiste diploma om te kunnen werken in de kinderopvang.

VOG

Binnen de kinderopvang is het hebben van een VOG verplicht voor beroepskrachten, stagiaires en vrijwilligers.

Groepsgrootte

Binnen de Wet kinderopvang is bepaald hoeveel kinderen er maximaal gelijktijdig in een groep mogen worden opgevangen. Bij de groepsgrootte moet rekening gehouden worden met de leeftijd van de kinderen en het aantal m2 leefruimte (minimaal 3,5m2 per kind) dat beschikbaar is.

Een stamgroep (dagopvang) mag bestaan uit maximaal 12 kinderen tot 1 jaar of uit maximaal 16 kinderen van 0 tot 4 jaar waarvan maximaal 8 kinderen tot 1 jaar.

Een basisgroep (BSO) mag uit maximaal 20 kinderen van 4-13 jaar bestaan en uit maximaal 30 kinderen van 8-13 jaar.

Beroepskracht/kindratio (BKR)

De BKR geeft aan hoeveel kinderen een beroepskracht maximaal mag opvangen:

  • Eén beroepskracht per vier kinderen in de leeftijd tot één jaar.
  • Eén beroepskracht per vijf kinderen in de leeftijd van één tot twee jaar.
  • Eén beroepskracht per acht kinderen in de leeftijd van twee tot drie jaar.
  • Eén beroepskracht per acht kinderen in de leeftijd van drie tot vier jaar.

Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het minimale aantal beroepskrachten berekend met de rekentool op www.1ratio.nl

Bij de BSO mag één beroepskracht tien kinderen in de leeftijd van vier tot dertien jaar opvangen. De BKR wordt bij de BSO niet per groep bepaald, maar per locatie.

Zijn er op de BSO locatie meerdere groepen en bestaat de ene groep bijvoorbeeld uit 13 kinderen en de andere groep uit 15 kinderen (totaal 28), dan zijn op de locatie 3 pedagogisch medewerk(st)ers vereist.

In een groep met alleen kinderen vanaf 8 jaar mogen twee beroepskrachten ondersteund worden door een volwassene (in plaats van een gediplomeerde kracht).

Opvang in de stam- en basisgroepen

Een kind moet in principe in één vaste groep worden geplaatst. Bij de dagopvang heet de groep een stamgroep en bij de BSO een basisgroep. Het kan voorkomen dat een kind (tijdelijk) in een tweede stam- of basisgroep wordt opgevangen. Dat is volgens de Wet kinderopvang toegestaan, mits daar door u als ouder schriftelijk toestemming voor is gegeven. Het ontbreken van een schriftelijke toestemming wordt als overtreding van de wet gezien.

Groepsruimte

Een kind maakt gedurende de week gebruik van maximaal twee stamgroepruimtes. Activiteiten in het kader van open deurenbeleid kunnen buiten deze ruimtes plaatsvinden.